Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819-1848
Titel
Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819-1848
Subtitel
Portret van een vergeten rechtscollege
Prijs
€ 51,99
ISBN
9789085551003
Uitvoering
Paperback
Aantal pagina's
370
Taal
Nederlands
Publicatiedatum
Afmetingen
15.6 x 23.4 cm
Inhoudsopgave
Toon inhoudsopgaveVerberg inhoudsopgave
INHOUDSOPGAVE Voornaamste afkortingen Voorwoord 1 Inleiding en verantwoording 1.1 Inleiding 1.2 Achtergrond 1.3 Vraagstelling 1.4 Bronnen en onderzoeksmethode 1.5 De volgende hoofdstukken 2 Voorgeschiedenis 1798 - 1819 2.1 Inleiding 2.2 Staatsstukken in Nederland en Frankrijk 1803 - 1815 2.3 Praktijk in Oost-Indië 1808 - 1816 2.4 Commissarissen-generaal in Oost-Indië 1816 - 1819 3 Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819 - 1848 3.1 Inleiding 3.2 Oprichting 3.3 Functie in het rechtsbestel 3.4 Instructie 3.5 Taken en bevoegdheden 3.6 Het hooggerechtshof als organisatie 3.7 Nieuwe rechterlijke organisatie op 1 mei 1848 4 Slotbeschouwing Bijlage A Instructie voor het Hooge Geregtshof van Nederlandsch Indië, Ind. Stb. 1819, 20, titel Over de magt en bevoegdheid van het Hof in civile en criminele zaken, art. 48-59 Bijlage B Naamlijst ambtenaren bij het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819 - 1848 Bijlage C A. Maandelijkse traktementen van de belangrijkste ambtenaren vastgesteld bij besluit van Commissarissen-Generaal van 12 januari 1819 nr. 1 B. Maandelijkse traktementen van het griffiepersoneel bij het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië vastgesteld bij resoluties van de gouverneur-generaal in rade van 25 februari 1819 nr. 27 en 10 mei 1819 nr. 5 Aangehaalde bronnen en literatuur Samenvatting Summary Ringkasan Glossarium Register

Kees Briët

Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819-1848

Portret van een vergeten rechtscollege

In Nederland is het vanzelfsprekend dat de Hoge Raad der Nederlanden als onafhankelijk opperste rechtscollege waakt over de rechtspraak. Bestond een dergelijk college ook in Nederlands-Indië? Het antwoord bleek: Ja! Maar aan welke regelingen was dat onderworpen? Was het onafhankelijk van het Indische bestuur? Hoe was de verhouding met het gouvernement? Welk recht paste het toe? Welke bevolkingsgroepen vielen onder zijn gezag? Wie waren de presidenten, wie de rechters? Waar zetelde dat college? Oud-rechter Kees Briët onderzocht deze vragen met het doel een portret samen te stellen van het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië, de opperste rechtbank in het Nederlandse koloniale rijk in de Indische archipel. Hij deed dat voor de periode vanaf de oprichting in 1819 tot de invoering van gecodificeerde wetgeving in Nederlands-Indië in 1848, een periode die in de rechtsgeschiedenis van de kolonie onderbelicht was gebleven. In dit boek doet hij verslag van de resultaten van uitvoerig onderzoek in de besluiten van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië en de literatuur naar antwoorden op de genoemde vragen. Het boek is zowel van belang voor rechtshistorici en juristen met belangstelling voor koloniale rechtsgeschiedenis, als ook voor iedereen die zich interesseert in de geschiedenis van Indonesië onder Nederlandse overheersing in de eerste helft van de 19de eeuw.
€ 51,99
+ Bestel dit boek
Auteur

Kees Briët

Cornelis Paulus (Kees) Briët werd op 23 februari 1944 geboren in Amsterdam. Zijn lagere schooltijd, die hij doorliep in Nederland, Curaçao en Hollandia. Hierna volgde de middelbare school, vrijwel geheel aan het Gemeentelijk Lyceum te Enschede. Aan deze instelling behaalde hij in 1962 het diploma Gymnasium B en begon in dat jaar een studie Nederlands recht aan de Leidse universiteit. Hij sloot die studie in 1969 af met de keuzevakken vergelijkend verzekeringsrecht en oud-vaderlands recht. Na de vervulling van de militaire dienstplicht was hij in Rotterdam werkzaam in de verzekeringsmakelaardij en de graanhandel. In 1978 ging hij over naar de rechterlijke macht. Daarin was hij aanvankelijk werkzaam als rechter in de arrondissementsrechtbank te Rotterdam en als lid van het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen. Terug in Rotterdam was hij opnieuw rechter in de rechtbank, vervolgens kantonrechter en ten slotte tot 2003 vice-president van de rechtbank. Van 1989 tot 1998 was hij de eerste Nederlandse rechter in het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen in Luxemburg.