Witsteins literaire carrière duurde slechts tien jaar. Bekentenis aan Julien Delande (1946) schreef ze in 1943 op 23-jarige leeftijd toen ze als Joodse vrouw ondergedoken zat. De novelle kon op lof rekenen van Willem Frederik Hermans, Anna Blaman en de gezaghebbende criticus W.L.M.E. van Leeuwen en verwierf een cultstatus. In haar verhalen, die met uiterste precisie en groot gevoel voor het betekenisvolle detail geschreven zijn, verkent Witstein bovendien machtsrelaties tussen mensen en analyseert zij de eenzelvigheid van het individu dat zich buiten de ‘anderen’ geplaatst voelt.
Dit boek bevat alle gepubliceerde en ongepubliceerde verhalen van Witstein. Ze worden voorafgegaan door een uitvoerige inleiding van Aad Meinderts, die een beeld schetst van haar leven en werk.