Wie genas in 1734 een ziek paard, in een tijd waarin de dierenarts nog niet bestond? Stalmeesters en hoefsmeden werden om advies gevraagd en de paarden kregen de meest uiteenlopende (be)handelingen. Zo’n ‘paardendokter’ was de in Nederland werkzame Fransman Gaspard de Saunier (1663-1748). De laatste dertig jaar van zijn leven was De Saunier als stalmeester van de rijacademie (manege) in dienst van de universiteit van Leiden. Hij behoorde tot een traditie van invloedrijke Franse stalmeesters die de basis legden voor de latere veeartsenijscholen.
In La Parfaite Connoissance des Chevaux (De volmaakte kennis van paarden) bracht De Saunier zijn jarenlange ervaring en de kennis van zijn vader samen. Het was de eerste grote, uitgebreide en geïllustreerde publicatie over paardengeneeskunde in de Nederlanden. Naast bijna 200 korte hoofdstukken over de meest uiteenlopende aandoeningen bevat het boek 61 platen over anatomie en hoefsmeedkunde. Dit unieke werk, hier voor het eerst in het Nederlands vertaald, biedt een fraaie inkijk in de wereld van de Nederlandse paardengeneeskunde aan het begin van de achttiende eeuw – met overgeleverde kennis, beproefde middelen en soms ronduit wonderlijke remedies.