Deze biografie laat zien hoe Tine Tammes in 1919 hoogleraar werd, de eerste vrouw in Groningen. Tegen de achtergrond van haar stad en tijd ontvouwt zich haar opmerkelijke weg: afkomstig uit de middenstand veroverde ze haar plek in een academische wereld die haar niet vanzelfsprekend toeliet. Na veelbelovende studies belandde ze op een dood spoor, maar ze herpakte zich. Ze koos strategisch voor de genetica, toen een nieuw vakgebied. De belangrijke resultaten van haar onderzoek kregen eerst internationale erkenning, maar werden later vergeten. Haar opvallende visie op eugenetica wordt in de maatschappelijke context besproken. Ook komt aan bod hoe ze zich in de academische wereld positioneerde, hoe ze steeds bondgenoten en vriendinnen vond, maar dat toonaangevende wetenschappelijke instellingen haar bleven buitensluiten.